Artikel
Preproductie, productie, postproductie: waar je geld heen gaat
Elke productie heeft dezelfde drie fasen. Hun verhouding verklaart elke prijs.
Elke videoproductie, van aftermovie tot commercial, doorloopt dezelfde drie fasen. Hun kostenverhouding is opvallend stabiel: in een compacte productie van 985 euro is het ongeveer 15 procent preproductie, 60 procent productie en 25 procent postproductie.
Preproductie: 15 procent, alles bepalend
Circa 150 euro in een compact pakket: intake, draaiplan, shotlist en planning. Financieel de kleinste fase, inhoudelijk de belangrijkste. Elk shot dat hier niet bedacht wordt, ontbreekt straks in de montage, en opnieuw draaien is de duurste correctie die er bestaat.
Bij uitgebreide producties groeit deze fase met concept en script en verschuift de verhouding: dan kan preproductie 25 procent van het budget zijn.
Productie: 60 procent, de dure uren
Circa 600 euro per draaidag: cameraman, camera, licht, geluid, reistijd en opbouw. Dit is de fase waar alle kosten samenkomen en waar uitloop direct geld kost. De vuistregel voor het hele vak: de draaidag is de eenheid waarin videoprijzen bewegen, met 795 euro per extra dag inclusief het bijbehorende montagewerk.
Postproductie: 25 procent, waar de film ontstaat
Circa 235 euro compact: selectie, montage, kleurcorrectie, audiomix en export. Onzichtbaar werk waarvan je alleen de afwezigheid opmerkt: vlakke kleuren, wegvallende stemmen, rommelig ritme. Extra versies (verticaal, teasers) zijn hier goedkoop; extra correctierondes zijn hier de valkuil.
Waarom deze verdeling je helpt
Offertes die sterk van deze verhouding afwijken, verdienen een vraag. Veel meer dan 15 tot 25 procent voorbereiding bij een simpele video? Dan koop je een conceptfase die je misschien niet nodig hebt. Montage kleiner dan 15 procent? Dan wordt er ergens op afwerking bespaard. Het volledige speelveld staat in het marktoverzicht 2026.